Download cursus
Excel 2010 en start met leren...
De online cursus Excel
2010 op deze website wordt u geheel gratis aangeboden en
bestaat uit 9 overzichtelijke hoofdstukken. Alle elementaire
onderdelen van Excel 2010, de veranderingen en verbeteringen,
worden uitgebreid behandeld en met duidelijke afbeeldingen ondersteunt.
Mocht u geinteresseerd zijn in deze cursus Excel 2010 dan is
deze ook als PDF-bestand te downloaden voor € 4,95. Klik
hiervoor op onderstaande bestelknop. Download nu en start met
leren...
|
Hoofdstuk 3 | Gegevens invoeren
Wanneer
u gegevens invoert, is het handig om eerst titels in te voeren
boven in elke kolom, zodat iedereen die het werkblad gebruikt,
begrijpt om wat voor soort gegevens het gaat en zodat u deze
gegevens later ook zelf gemakkelijk kunt herkennen.
In
de afbeelding zijn de namen ingevoerd als kolomtitels boven
aan het werkblad.
Vaak
is het ook praktisch om titels aan de rijen op te geven. In
de afbeelding zijn u aan de linkerkant de maanden van het
jaar ingevoerd als titel voor de rijen.
3.1.1
Tekst invoeren
Op
eenvoudige wijze kunt u tekst invoeren.
·
Klik met de muis in cel B1 en typ de eerste
naam
·
In het naamvak links ziet u in welke cel u
staat en in de formulebalk rechts ziet u de tekst staan
·
Druk vervolgens op de Tab toets van
uw toetsenbord en typ de volgende naam in cel C1
·
Zo gaat u verder tot u alle namen hebt getypt
·
Nadat u de kolomtitels hebt getypt voert u
de tekst voor de rijen in
·
Klik met de muis in cel A2 en typ de eerste
maand
·
Druk vervolgens op de Enter toets van
uw toetsenbord en typ de volgende maand in cel A3
·
Zo gaat u verder tot u alle maanden hebt getypt
3.1.2
Bijzondere tekens en symbolen invoeren
U
kunt ook symbolen of tekens invoeren.
·
Klik op het tabblad Invoegen
·
Ga naar de groep Tekst
·
Klik op de knop Symbolen en selecteer
het symbool of teken dat u wenst
·
Klik vervolgens op de knop Invoegen
In
het dialoogvenster ziet u een vak Lettertype. Telkens
als u hier een ander keuze maakt, kan de lijst met symbolen
eronder wijzigen. Vindt u dus niet zo snel het gewenste teken,
kies dan een ander lettertype.
3.1.3
Getallen invoeren
Het
invoeren van getallen verschilt niet wezenlijk van het invoeren
van tekst. Als u een getal typt, plaatst Excel dit getal aan
de rechterzijde in de cel. Tekst wordt aan de linkerzijde
geplaatst.
·
Klik met de muis in cel B2 en typ het getal
230
·
Druk vervolgens op de Tab toets van
uw toetsenbord en typ in cel C2 het getal 630
·
Zo gaat u verder tot u alle getallen hebt ingevoerd
Om
van cel B2 naar cel B3 te gaan klikt u op de Enter toets
van uw toetsenbord
3.1.4
Datums en tijden invoeren
U
kunt op twee manieren een datum invullen:
1. Door
een koppelteken te gebruiken: 23-juli-1966
2. Door
een schuine streep te gebruiken: 23/7/1966
In
Excel worden deze gegevens als datum herkend.
Tijden
vult u als volgt in:
·
Typ bijvoorbeeld 22:30
Of
Als
u een notatie met AM of PM gebruikt:
·
Typ bijvoorbeeld 8:00 p
·
Druk op Enter toets van uw toetsenbord
en de notatie wordt automatisch door Excel herkend. Als u
geen a of p invoert wordt de tijd door Excel geļnterpreteerd
als AM.
3.1.5
Breuken invoeren
U
gebruikt de notatie Breuk om getallen als breuken in
plaats van als decimalen weer te geven of te typen.
·
Selecteer de cel waarin de breuk moet komen
·
Ga naar het tabblad Start en klik op
de pijl achter Getal
·
Klik in de lijst Categorie op Breuk
·
Klik in de lijst Type op het type breuknotatie
dat u wilt gebruiken
·
Klik daarna op de knop OK
Nadat
u een breuknotatie hebt toegepast op een cel, worden zowel
de cijfers achter de decimale komma als de feitelijke breuken
die u in de cel typt als een breuk weergegeven. Wanneer u
bijvoorbeeld 5 of ½ typt, worden beide waarden
weergegeven als ½ wanneer de cel is opgemaakt met de
breuknotatie Maximaal één cijfer.
Wanneer
geen breuknotatie op de cel is toegepast en u bijvoorbeeld
de breuk ½ typt, wordt deze opgemaakt als een datum.
Als u deze waarde als een breuk wilt weergeven, selecteert
u de cel en past u alsnog de notatie Breuk toe zoals
hierboven beschreven is en typt u de breuk opnieuw.
3.1.6
Getalnotatie toekennen
U
kunt aan getallen verschillende notaties toekennen
·
Selecteer de cel die u wilt wijzigen
·
Ga naar het tabblad Start
·
In het venster ziet u Standaard staan.
Hiermee wordt aangegeven dat de cellen die u geselecteerd
heeft een standaard notatie hebben
·
Om dit te wijzigen klikt u op de pijl achter
Standaard
·
U krijgt een scherm met een reeks getalnoties,
klik op de notatie die u wenst
3.2
Cellen kopiėren of verplaatsen
Indien
u veel gegevens wilt invoeren is het handig als u goed kunt
kopiėren en gegevens kunt verplaatsen.
3.2.1
Meerdere cellen selecteren
Om
meerdere cellen gelijktijdig te kopiėren of te verwijderen
dient u eerst deze cellen te selecteren.
·
Klik op de bovenste cel waarvan u de gegevens
wilt kopiėren
·
Houdt de linkermuisknop ingedrukt en ga met
de muis naar beneden, u ziet een zwart kader ontstaan
·
Zodra u de gegevens hebt geselecteerd die u
wilt kopiėren laat u de muis los
3.2.2
Cellen kopiėren
Cellen
kopiėren wil zeggen dat u de gegevens van de cellen die u
geselecteerd heeft ergens ander nogmaals in wilt voeren.
·
Selecteer de gegevens zoals beschreven onder
3.2.1
·
Ga naar het tabblad Start
·
Klik op de knop Kopiėren van de groep
Klembord, er verschijnt een knipperend kader om de
selectie
·
Klik vervolgens met de muis op de cel waar
u de gegevens nogmaals wilt
·
Klik hierna op de knop Plakken van de
groep Klembord waarna de gegevens gekopieerd worden
3.2.3
Cellen verplaatsen
U
kunt ook gegevens uit de cellen verplaatsen door te knippen.
·
Selecteer de gegevens zoals beschreven onder
3.2.1
·
Ga naar het tabblad Start
·
Klik op de knop Knippen van de groep
Klembord, er verschijnt een knipperend kader om de
selectie
·
Klik vervolgens met de muis op de cel waar
u de gegevens wilt hebben
·
Klik hierna op de knop Plakken van de
groep Klembord waarna de gegevens daar naartoe verplaatst
worden
3.2.4
Cellen verplaatsen door te slepen
Er
is ook een snelle manier om cellen te verplaatsen.
·
Selecteer de gegevens zoals beschreven onder
3.2.1
·
Wijs de rand rondom het selectiedader aan.
De cursor wordt een pijl
·
Houdt de linkermuisknop ingedrukt en versleep
het hele blok naar een andere plek
3.2.5
Cellen knippen of kopiėren via het snelmenu
Een
andere snelle manier om gegevens zowel te verplaatsen als
te kopiėren is via het snelmenu.
·
Selecteer de gegevens zoals beschreven onder
3.2.1
·
Klik vervolgens op de rechtermuisknop waarmee
het snelmenu in beeld komt
·
Kies voor Knippen of Kopiėren, er
verschijnt een knipperend kader om de selectie
·
Klik vervolgens met de linkermuisknop op de
cel waar u de gegevens wilt hebben
·
Klik hierna in het snelmenu op de knop Plakken
3.3
Automatisch doorvoeren
Gegevens
zoals: maanden van het jaar, de dagen van de week, veelvouden
van 2 of 3 kunt u automatisch doorvoeren.
·
Klik op de cel A1 en typ januari in
·
Beweeg met de muis naar de rechterbenedenhoek
van de cel totdat u een zwart kruis krijgt
·
U klikt nu op de linkermuisknop en sleept deze
naar beneden
·
De namen van de maanden komen rechts van de
muisaanwijzer in beeld
·
Zodra u december ziet, laat u de linkermuisknop
los en staan de maanden achtereenvolgens in de kolom vermeld
Wanneer
u bijvoorbeeld een veelvoud van 2 automatisch wilt doorvoeren.
Dient u zowel cel A1 als A2 eerst in te typen. Waarna u beide
cellen selecteert.
3.4
Gegevens bewerken of verwijderen
U
kunt gegevens die u eerder hebt ingevoerd en die fout zijn
corrigeren of verwijderen. Dit kan op twee manieren.
·
Stel u heeft de het getal 235 ingevoerd maar
het moet zijn 225
·
Dubbelklik met de muis op de cel waar 235 staat
en corrigeer het getal
Of
·
Klik met de muis op de cel waar 235 staat
·
Klik vervolgens in de formulebalk en corrigeer
het getal
Ook
het verwijderen van gegevens kan op verschillende manieren.
·
Klik met de rechtermuisknop op de cel met het
getal 235
·
Klik op de Del toets van uw toetsenbord
en de gegevens zijn verwijderd
Of
·
Klik met de rechtermuisknop op de cel waar
het getal 235 staat
·
U krijgt het snelmenu in beeld
·
U klikt op Inhoud wissen